Ficelles betekent letterlijk 'touwtjes', dunne koordjes. De uitdrukking "tirer les ficelles" ("aan de touwtjes trekken") betekent figuurlijk dat iemand vanuit de schaduw alles controleert, zoals een poppenspeler die zijn marionetten bestuurt.
In de tekst zingt GIMS "Mais qui tire les ficelles" ("Maar wie trekt aan de touwtjes"), waarmee hij zich afvraagt wie er werkelijk de touwtjes in handen heeft in zijn leven of in de wereld om hem heen. Het woord roept een krachtig beeld op van verborgen macht en manipulatie.
In ‘Parisienne’ gaat Gims op zoek naar een vrouw die meer is dan een mooie foto op zijn telefoon. Eerst noemt hij haar zelfs “la plus belle de mon tél’” [de mooiste van mijn telefoon], maar ook “artificielle” [kunstmatig]. Ze lijkt de touwtjes in handen te hebben en hij voelt zich soms “comme en laisse” [alsof hij aan de lijn wordt gehouden]. Dan komt zijn ideale Parisienne: een vrouw “qui traverse au feu vert” [die bij groen licht oversteekt] en “qui s’en fout d’la Tour Eiffel” [die zich niets aantrekt van de Eiffeltoren]. Dat is een grappig, eigenwijs beeld: ze hoeft Parijs niet als ansichtkaart te beleven om interessant te zijn.
De song schakelt ondertussen tussen romantiek en straatbeelden. Er zijn ritjes richting de Champs-Élysées, gedimd licht en een vrouw die serieus wil zijn, “pas s’amuser” [niet zomaar plezier maken]. Tegelijk duiken alcohol, politie die hem lokaliseert, grote biljetten en de kreet “Appelle les pompiers” [bel de brandweer] op. De Parisienne van dit lied is dus mooi en zelfverzekerd, maar ook nuchter en direct. Let vooral op oseille, straattaal voor geld: net als geld kan zij soms “s’en aller” [weggaan].