Guajira verwijst naar een vrouw uit de landelijke gebieden van Cuba, specifiek uit de regio Guantánamo. Het is een term die de Cubaanse identiteit en cultuur sterk vertegenwoordigt.
In de context van het lied is "Guajira Guantanamera" de iconische openingszin en de titel van het lied, wat letterlijk "Boerin uit Guantánamo" betekent. Het is een eerbetoon aan de Cubaanse vrouw en het plattelandsleven, en het is een uniek en herkenbaar woord dat direct de essentie van het lied oproept.
Celia Cruz zingt hier een eenvoudig, waardig zelfportret. De verteller zegt: “Yo soy un hombre sincero” [Ik ben een oprecht man] en komt van een plek “donde crece la palma” [waar de palmboom groeit]. Voor hij sterft, wil hij zijn verzen uit zijn ziel zingen: “Y antes de morir yo quiero / cantar mis versos del alma” [En voor ik sterf, wil ik mijn verzen uit mijn ziel zingen]. Het steeds terugkerende “Guantanamera, guajira guantanamera” klinkt als een aanroep van een vrouw uit Guantánamo; guajira verwijst hier naar een plattelandsvrouw en ook naar een Cubaanse landelijke muziektraditie.
Daarna geeft de zanger een mooi beeld van zijn houding tegenover anderen: “Cultivo una rosa blanca / en junio como en enero” [Ik kweek een witte roos, in juni net als in januari]. Die roos is voor de oprechte vriend die hem een open hand geeft. Zijn verzen krijgen vervolgens kleuren: “Mi verso es de un verde claro / y de un carmín encendido” [Mijn vers is lichtgroen en fel karmozijnrood]. Toch is het vers ook “un ciervo herido / que busca en el monte amparo” [een gewond hert dat beschutting zoekt in de bergen]. Liefde, eerlijkheid en kwetsbaarheid staan hier dus naast elkaar, in beelden die bijna als kleine scènes voorbijkomen.