Buganvilias zijn bougainvillea’s: kleurrijke klimplanten met opvallende bloemen, vooral bekend uit warme landen. In het lied vormen ze het decor van de gedeelde tuin en roepen ze een beeld op van liefde, herinneringen en de afwezigheid van de ander. Het is een poëtisch en minder alledaags woord dat je niet in elk lied tegenkomt.
In “De Todas Las Flores” kijkt Natalia Lafourcade terug op een liefde die ooit vol leven zat, maar nu vooral in herinneringen voortbestaat. De bloemen die samen zijn geplant, zijn bijna verdwenen: “De todas las flores que sembramos, sólo quedan unas encendidas” [Van alle bloemen die we hebben geplant, branden er nog maar een paar]. Die laatste bloemen wachten elke ochtend op de komst van de ander, alsof ze hem of haar kunnen horen zingen. Ook de maan staat voor wat voorbij is: van alle manen die ze samen bekeken, zijn nog maar enkele herinneringen over.
De mooiste herinneringen zijn tegelijk een beetje chaotisch: “En las calles de Madrid borrachos fuimos sin un rumbo fijo” [In de straten van Madrid waren we dronken en gingen we zonder vaste richting]. Borrachos betekent hier gewoon “dronken”, en Madrid is de concrete plek waar hun nachtelijke avontuur plaatsvond. Ze dansten, verdwaalden in een lied dat alleen zij samen begrepen en deelden een tuin met rozen en bougainvillea. Nu is die tuin leeg zonder gezelschap. De liefkozing van de ander blijft dubbel voelen, “dulce como amarga” [zoet als bitter], terwijl de melancholie als een doorn in de borst prikt. Het lied laat zo een liefde achter in beelden van bloemen, afnemende manen en een herinnering aan een nacht waarin niemand wist waarheen.