Rinasco betekent letterlijk ‘ik word opnieuw geboren’ en komt van rinascere, ‘herboren worden’. Het is een krachtige, beeldende vorm die past bij de wedergeboorte uit de eigen as: ondanks pijn en tegenslag vindt de zanger de kracht om opnieuw te beginnen.
In “IL DONO DELLA VITA” richt Måneskin zich fel tot mensen die hem klein hielden. “Stronzi vi vedo, siete bianchi in faccia” betekent ongeveer: “Sukkels, ik zie jullie, jullie zijn bleek van angst.” Dat is lekker bot. De slechte praatjes zijn verdwenen, een gemene lach heeft hem juist “de rechte weg” gewezen, en de wijzende hand van de ander hielp hem nooit. Nu vliegt hij omhoog, raakt hij de zon en valt hij niet. Schone lucht voedt het vuur in hem, terwijl hij zegt: “Io rinasco dalla mia cenere” [ik herrijs uit mijn as]. Dat beeld verwijst naar iemand die na tegenslag opnieuw begint, sterker en vrijer dan tevoren.
Onder die uitdagende houding zit ook een teder doel: hij wil zijn vermoeide moeder niet meer zien lijden en haar het geschenk van het leven teruggeven. Daarvoor werkt hij hard, met een rug, handen, benen en armen die allemaal worden ingezet, zodat hij trots kan zijn op zijn inspanning. Zelfs wanneer God zich afwendt terwijl hij roept dat hij valt, zijn een zonnestraal, een zucht wind en een blik naar de hemel genoeg om hem weer richting te geven. Aan het einde wordt de tekst bijna lichamelijk: benen die bezwijken, een scherpe stem, een vaste ademhaling en een licht dat de grond openrijt. Toch blijft het hart slaan. De herhaalde regel “Io nasco dentro di te” [ik word in jou geboren] maakt de wedergeboorte persoonlijk: de kracht leeft niet ergens ver weg, maar ontstaat vanbinnen.