Cauchemars betekent 'nachtmerries'. Het is een sterk en emotioneel geladen woord dat je niet vaak tegenkomt in popliedjes.
In dit nummer gebruikt Angèle het om de angst uit te drukken voor een mogelijke splitsing van België, waarbij ze zingt: "Ce serait le pire des cauchemars" (Dat zou de ergste van alle nachtmerries zijn). Dit geeft het woord een diepere betekenis en benadrukt de liefde voor haar stad en land.
In “Bruxelles, je t’aime” zingt de Belgische Angèle een vrolijke liefdesverklaring aan Brussel. Ze vergelijkt haar stad met New York en Parijs: Brussel heeft geen wolkenkrabbers, geen Beaubourg en niet de Seine, en het is volgens haar ook niet “la ville de l’amour” [de stad van de liefde]. Toch maakt dat haar liefde alleen maar leuker en eerlijker. Zelfs als er een storm aankomt, drinken de mensen na de regen bier en gaan ze feesten. De zin “Bruxelles, je t’aime” [Brussel, ik hou van je] komt steeds terug, alsof ze haar favoriete stad luidkeels opnieuw wil begroeten na een tijd weg te zijn geweest.
Parijs mag haar bellen wanneer ze naar huis wil, maar als ze haar grijze hemel en regen mist, wordt ze beter zodra ze Brussel weer ziet. Ze noemt wijken zoals Les Marolles, Flagey, Saint-Gilles en Laeken, waardoor de liefde heel concreet wordt: dit gaat niet over een willekeurige stad, maar over haar eigen straten. Aan het einde komt ook de Belgische taalverdeling ter sprake. Ze wil niet kiezen tussen Franstalig en Nederlandstalig Brussel, want haar mooiste verhalen beleefde ze “en Français et en Flamand” [in het Frans en het Vlaams]. Dan schakelt ze even over naar het Vlaams: “Dank je Brussel voor m’n naam” [Dank je, Brussel, voor mijn naam]. Dat kleine taalgrapje maakt het refrein nog warmer: Brussel is voor haar tegelijk een plaats, een thuis en een deel van haar identiteit.