Karolinen verwijst naar de soldaten van het Zweedse leger tijdens de regeerperiode van koning Karel XII, bekend om hun discipline en religieuze toewijding. Het is een unieke term die specifiek is voor de Zweedse geschiedenis en cultuur.
In het lied "Karolinens Bön" (Het Gebed van de Karolijn) van Sabaton, staat het woord centraal en belichaamt het de moed, het geloof en de opoffering van deze historische figuren. Het is een krachtig woord dat de essentie van het lied en de Zweedse militaire geschiedenis vangt.
In “Karolinens Bön” van de Zweedse band Sabaton marcheren de karoliner, Zweedse soldaten, de strijd in als gelovige mannen die hun leven aan God, hun koning en hun vaderland toevertrouwen. De tekst zet hen neer als soldaten van Jezus: “Offensivens man, soldat i Jesu namn” [man van het offensief, soldaat in de naam van Jezus]. Zelfs wanneer de kogels vliegen, blijven ze in formatie vooruitgaan. De herhaalde regel “Tills han vitögat ser karolinen marscherar fram” [tot hij het wit van de ogen ziet, marcheert de karoliner vooruit] is bijzonder direct: ze stoppen pas wanneer de vijand vlakbij is.
Geloof en kameraadschap houden het leger bijeen. De soldaten zijn “opåverkad inför ödet” [onaangedaan tegenover het lot] en leggen hun leven “i Guds hand” [in Gods hand]. Daarna klinkt meerdere keren het Onze Vader, met regels als “Ske din vilja” [Uw wil geschiede] en “Ge oss bröd ock idag” [Ge ons heden ons dagelijks brood]. Dat gebed maakt de scène tegelijk vroom en dreigend: mannen bidden om brood en vergeving terwijl ze zich klaarmaken om te sterven. De slotbeelden zijn bijna filmisch: een heel leger loopt in gelid, met een geheven vaandel, zonder angst, terwijl de vijand hen ziet naderen.