Nó na garganta betekent letterlijk "een knoop in de keel" en wordt gebruikt voor het gevoel dat je door emoties bijna niet kunt praten of slikken. In het lied beschrijft Jão hiermee zijn angst en spanning wanneer zijn stem trilt bij het spreken, waardoor de uitdrukking extra beeldend en memorabel wordt.
In ‘Monstros’ van de Braziliaanse artiest Jão begint de verteller met een beklemmend beeld: “Debaixo da cama os monstros me impedem de dormir” [Onder het bed verhinderen de monsters dat ik slaap]. Die monsters zijn niet alleen enge figuren uit een kinderkamer. Hij voelt zich al sinds zijn jeugd alleen, zelfs wanneer er mensen om hem heen zijn. Vrijheid heeft hij altijd gezocht, maar vrij zijn blijkt ook een eenzame weg. De trillende stem en de “nó na garganta” [knoop in de keel] maken dat heel lichamelijk voelbaar.
Toch blijft hij niet onder het bed liggen. Met “fogo no olhar” [vuur in zijn ogen] en blote voeten gaat hij op zoek naar zijn plek. Hij omarmt de duisternis, rent met zijn wolven en danst rond het vuur, terwijl hij zijn monsters recht aankijkt. Dat is mijn favoriete wending: wat hem eerst bang maakte, wordt bijna zijn eigen stam. Mensen noemden hem gek omdat hij meer wilde worden dan ze van hem verwachtten, maar hij blijft lopen. Aan het einde spreekt hij tegen het kind dat hij ooit was: de waarheid is nu duidelijk, pijn hoort bij de weg naar de persoon die hij zal worden. Het is een lied over angst meenemen zonder je door die angst te laten tegenhouden.