Aurora betekent 'dageraad' of 'ochtendgloren'. Het is een prachtig en poëtisch woord dat een nieuw begin en hoop symboliseert.
In de context van het lied gebruikt Jão het om het moment te beschrijven waarop je, na een donkere periode, eindelijk het licht weer ziet. De regel "Na noite é que você consegue ver a aurora" (Het is 's nachts dat je de dageraad kunt zien) benadrukt dat zelfs in de moeilijkste tijden er altijd een nieuw begin in zicht is.
In ‘Aurora’ van de Braziliaanse artiest Jão klinkt een sterk verlangen om opnieuw gelukkig te zijn. De ik-persoon nodigt iemand uit: “Entre no meu corpo” [Kom mijn lichaam binnen]. Dat klinkt intiem en bijna magisch, vooral door de volgende beelden: “Seja água, seja fogo” [Wees water, wees vuur]. Hij wil zich niet langer schuldig voelen omdat hij glimlacht: “Eu só quero ser feliz de novo” [Ik wil gewoon weer gelukkig zijn]. Tegelijk is hij niet alleen kwetsbaar. In “Sou a presa, sou o lobo” [Ik ben de prooi, ik ben de wolf] is hij beide kanten tegelijk: degene die gevaar loopt én degene die jaagt.
De tekst beweegt daarna steeds verder weg, alsof de ik-persoon aan een verandering begint. “Quando o sol sair à noite” [Wanneer de zon ’s nachts opkomt] klinkt onmogelijk, en juist daarom past het bij deze droomachtige tocht. Hij vertrouwt op zijn lichaam, dat hem vertelt wat hij moet weten, en vraagt iemand om te wachten als hij morgen niet terugkomt: “Meu bem, você me espera” [Liefje, wacht je op me?]. De regel “Tudo que eu perdi é o que eu mais sou agora” [Alles wat ik verloor, is nu het meest wie ik ben] maakt verlies tot een deel van zijn identiteit. Zelfs de aurora, het noorderlicht, verschijnt pas in de nacht: “Na noite é que você consegue ver a aurora” [In de nacht kun je de aurora zien]. Aan het einde staan zijn natte voeten langs de weg en voert een storm hem naar huis. Dat maakt het lied tegelijk een vlucht en een terugkeer.