Het woord "Ubriaca" betekent "dronken" in het Italiaans. Het is een interessant woord omdat het de sfeer van het lied meteen neerzet.
In de context van het lied beschrijft Irama een vrouw die "ubriaca" is en hem glimlachend aankijkt. Dit creëert een beeld van een zorgeloze, sensuele nacht en nodigt je uit om meer te ontdekken over het verhaal achter deze dronken glimlach.
In ‘Cabana’ van de Italiaanse artiest Irama speelt alles zich af tijdens een zwoele nacht vol dansen, drinken, roken en lachen. De verteller ziet iemand die hem nauwelijks aankijkt, verborgen achter sigarettenrook, maar toch duidelijk zijn aandacht trekt: “So che mi stai guardando” [Ik weet dat je naar me kijkt]. Terwijl ze tussen andere mensen dansen, lijkt de wereld langzamer te gaan en valt het lawaai weg. Dat maakt de scène bijna filmisch: alleen hun blikken en handen tellen nog. De regel “Ti prendo e rimani” [Ik pak je vast en je blijft] klinkt direct en een tikje brutaal, terwijl de ander tegelijk wantrouwen toont: “Non ti fidi” [Je vertrouwt me niet].
‘Cabana’ wordt steeds opnieuw gezongen als een soort plek, naam of geheim wachtwoord voor deze nachtelijke ontmoeting. De verteller wil haar handen vasthouden, volgt haar bij elke stap en denkt de hele nacht aan haar. Toch zit er geen zekerheid in het verhaal. Ze kan verdwijnen, en hij zegt zelfs: “E non tornerò” [En ik kom niet terug]. Juist die combinatie maakt het nummer leuk: eerst lijkt hij haar te willen laten blijven, daarna doet hij alsof hij zelf vertrekt. De herhaling van cabana geeft de tekst een speelse, bijna hypnotiserende cadans, terwijl de beelden van drank, rook, dans en een blik die je duizelig maakt de spanning tussen hen levend houden.