Añorarlo komt van añorar: sterk verlangen naar iets of iemand uit het verleden, met een gevoel van nostalgie. In de song verwijst añorarlo naar het verleden dat hij te snel voorbij liet gaan en nu opnieuw zou willen beleven, waardoor het woord extra poëtisch en emotioneel klinkt.
In “El Árbol” kijkt Camilo terug op de momenten die hij niet echt heeft beleefd, omdat hij steeds bezig was met wat daarna zou komen. Hij ziet de valstrik wel, maar valt er toch opnieuw in: “Tengo en la mira la trampa / E igual me vuelvo a caer” [Ik heb de valstrik in het vizier, en toch trap ik er weer in]. Ook denkt hij dat hij wakker is, terwijl hij eigenlijk nog droomt: “Me di cuenta que dormía / Soñando que ya me desperté” [Ik merkte dat ik sliep, terwijl ik droomde dat ik al wakker was]. Dat is een mooie, licht absurde manier om te zeggen dat je pas later beseft hoe afwezig je op dat moment was.
De kern zit in zijn spijt: hij had het moment willen omarmen voordat het een herinnering werd. “Me hubiera abrazado al momento” betekent letterlijk: ik had het moment willen omhelzen. Hij blijft toekomstige scenario’s oefenen en verlangt terug naar voorbije momenten die hij te snel voorbij liet gaan. De herinneringen zijn heel concreet: ochtendzon op de sproetjes van iemands gezicht, en ’s avonds samen tegen elkaar aan kruipen terwijl die persoon droomt. “Pa’ añorarlo después” is spreektaal voor para añorarlo después: om er later naar te verlangen. En “Si yo hubiera sabido / Que era la última vez” [Als ik had geweten dat het de laatste keer was] maakt de vraag pijnlijk eenvoudig: misschien was het dan helemaal niet de laatste keer geweest.