Урожая betekent 'oogst'. Het is een interessant woord omdat het de titel van het lied vormt: "Праздник Урожая Во Дворце Труда" (Oogstfeest in het Paleis van Arbeid).
Dit woord roept beelden op van overvloed en viering, maar in de context van het lied, dat een sombere en kritische toon heeft, krijgt het een ironische lading. Het contrast tussen de feestelijke betekenis van 'oogst' en de melancholische sfeer van de tekst maakt het extra intrigerend.
In dit lied van de Russische artiest Boris Grebenshchikov trekken mensen naar een vreemd feest: «Праздник урожая во Дворце труда», oftewel het oogstfeest in het Paleis van de Arbeid. Dat klinkt eerst feestelijk, maar de regels maken het meteen ongemakkelijk. Ze hebben zo vaak gezongen dat hun “heilige water” dood is geworden, en verdriet is letterlijk over hen heen gereden als wielen. Toch gaan ze verder. Rosa uit de kolchoz, een collectieve boerderij uit de Sovjettijd, en Maria, de “bruidachtige vogel”, willen alles geven voor een kaartje. Dat beeld is tegelijk komisch en wanhopig: voor dit bizarre feest lijkt werkelijk alles de moeite waard.
De wereld onderweg klopt nergens meer. De machine is onherstelbaar, er is geen weg en er is hier misschien nooit een weg geweest. In rode ketels zit zwarte roet, treinen liggen uiteengereten tussen antieke ruïnes en schilderdoeken uit de Hermitage liggen onder de voeten van voorbijgangers. Zelfs de dirigent is “absoluut doof”. Midden in die rommel klinkt toch iets onverwachts: een ster die uit de hemel is gevallen en op de deur klopt. De slotregel, «Мы в самом начале» [we staan helemaal aan het begin], maakt het feest nog vreemder. Na al het zwijgen, de pech en de kapotte wereld begint de tocht blijkbaar pas. Het lied vertelt dus geen helder verhaal, maar zet beelden naast elkaar alsof je in een droom een optocht volgt die tegelijk een feest en een ontsnappingspoging is.