Éternel betekent 'eeuwig' of 'altijd durend'. Het is een krachtig woord dat de diepte en duurzaamheid van liefde uitdrukt.
In dit nummer zingt Louise Attaque over een liefde die "éternel" en "pas artificiel" (niet kunstmatig) is. Het benadrukt de oprechtheid en de oneindigheid van de verbinding, wat het een zeer romantische en memorabele keuze maakt.
In “J’t’emmène au vent” nodigt de zanger iemand uit om samen boven de mensen uit te stijgen: “Allez viens, j’t’emmène au vent” [Kom, ik neem je mee naar de wind]. Dat klinkt als een speels, bijna filmisch beeld van vrijheid en afstand nemen van de drukte beneden. De verkorte vorm j’t’emmène is spreektaal voor je t’emmène, “ik neem je mee”. Daarna volgt de duidelijke kern: “Notre amour est éternel et pas artificiel” [Onze liefde is eeuwig en niet kunstmatig]. De liefde wordt dus voorgesteld als echt, blijvend en zeker niet gemaakt of nep.
Toch klinkt de uitnodiging ook een beetje als een dringend verzoek. De ander moet weer vooraan komen staan, af en toe aanwezig zijn en vaker bellen: “Je voudrais que tu m’appelles plus souvent” [Ik zou willen dat je me vaker belt]. Met “que tu prennes parfois le devant” [dat jij soms het initiatief neemt] vraagt de zanger om meer actie van die persoon. Het steeds terugkerende “je voudrais que tu te rappelles” [ik wil dat je je herinnert] maakt de boodschap bijna aanstekelijk: vergeet onze liefde niet. De herhaling is simpel, direct en een tikje koppig, precies alsof iemand blijft aandringen tot de ander eindelijk meegaat.