S'efface betekent letterlijk ‘vervaagt’ of ‘verdwijnt langzaam’. Het wederkerende werkwoord geeft het beeld dat La chanson de Prévert en de herinneringen zelf geleidelijk uit zijn geheugen verdwijnen, waardoor het een poëtisch en melancholisch woord is.
In dit lied vraagt de zanger zijn vroegere geliefde om zich een bepaald lied te herinneren: „Cette chanson était la tienne” [Dit lied was van jou]. Het was haar favoriete lied, denkt hij, en het is van Prévert en Kosma. Daarmee bedoelt hij „Les feuilles mortes”, letterlijk „De dode bladeren”. Elke keer dat hij aan die herfstbladeren denkt, denkt hij ook aan haar: „Les feuilles mortes te rappellent à mon souvenir” [De dode bladeren herinneren je aan mij]. De seizoenen worden hier bijna een kalender van het gemis: de herfst gaat voorbij, de winter komt, maar hun dode liefde blijft sterven.
Hij probeert verder te gaan met andere geliefden, maar hun liederen klinken hem eentonig in de oren: „Avec d’autres bien sûr, je m’abandonne” [Met anderen geef ik me natuurlijk over]. Toch wordt hij langzaam onverschillig, zonder dat hij daar iets aan kan doen. De vraag „Peut-on jamais savoir par où commence et quand finit l’indifférence?” [Kun je ooit weten waar onverschilligheid begint en eindigt?] maakt het lied extra menselijk: wanneer houdt verdriet op, en wanneer merk je dat je niets meer voelt? Hij hoopt uiteindelijk dat het lied van Prévert uit zijn geheugen verdwijnt. Pas op die dag zullen zijn oude liefdes volgens hem echt gestorven zijn. Een prachtig eenvoudige, maar ook behoorlijk meedogenloze gedachte: zolang één lied haar terugbrengt, is de liefde nog niet klaar met sterven.