Lichterloh is een interessant woord dat letterlijk vertaald kan worden als 'fel brandend' of 'in lichterlaaie'. Het is een intens woord dat je niet elke dag tegenkomt.
In dit zeemanslied wordt het gebruikt om de passie en het verlangen van de zeeman te beschrijven: "Doch mein Seemannsherz brennt lichterloh" (Maar mijn zeemanshart brandt fel). Het geeft een levendig beeld van een hart vol vuur en avontuur, wat perfect past bij de sfeer van het lied.
„Santiano” is een zeemanslied vol vertrekdrang. De afscheidnemende zeeman zegt tegen zijn meisje: „Der Abschied fällt schwer, sag mein Mädchen ade” [Afscheid nemen is moeilijk, zeg, mijn meisje, vaarwel]. Zijn tranen zijn „salzig und tief wie das Meer” [zout en diep als de zee], maar zijn zeemanshart brandt fel. Daarna klinkt telkens het bevel „Leinen los, volle Fahrt” [Trossen los, volle kracht vooruit]: niet blijven treuzelen, maar de zeilen hijsen en de zee op.
De bestemming is geen haven met een vast adres. De bemanning wil zijn waar de maan ondergaat, nog vóór de dag begint, en vaart „hinein ins Abendrot” [het avondrood in]. De verteller zegt zelfs: „Ich brauche kein Zuhause und ich brauch kein Geld” [Ik heb geen thuis nodig en ik heb geen geld nodig]. Hun kasteel is de hele wereld en hun deken is de hemel. Dat maakt het lied heerlijk vrij, al is het afscheid van het meisje duidelijk de prijs voor dit leven op zee. „Santiano” klinkt daarbij als de naam of strijdkreet die de bemanning samen roept, midden in de stevige herhaling van „Segel hoch!” [Zeilen omhoog!]