Castiço betekent 'raszuiver' of 'authentiek'. Het is een interessant woord omdat het niet alleen verwijst naar puurheid, maar ook naar iets dat typisch en diepgeworteld is in een bepaalde cultuur of traditie.
In de context van het lied, waar de zanger zingt over zijn afkomst en de mix van invloeden die hem gevormd hebben ("o meu fado é castiço, é mestiço"), benadrukt "castiço" de authentieke, pure essentie van zijn 'fado' (lot of bestemming), ondanks de vele verschillende wortels. Het is een woord dat de diepte van culturele identiteit en erfgoed mooi weergeeft.
Wie ben je als mensen naar je kijken? Volgens Quem Me Vê is het antwoord veel groter dan je gezicht of je eigen karakter. De zanger draagt zijn familie met zich mee: de blik van zijn moeder, die zij van haar vader erfde, en de manier van zijn vader, die weer van eerdere generaties komt. De regel “Sou um pouco da essência de tanta gente” [Ik ben een beetje van de essentie van zoveel mensen] zegt het heel mooi: in één persoon leven sporen van allerlei familieleden.
Daarna gaat het verhaal nog verder terug, naar de serra, de bergen, van de overgrootvader van zijn grootvader. Die man trok van streek naar streek en van oorlog naar oorlog, en heeft hem volgens het lied gevormd zonder dat hij dat zelf kon bedoelen. Daarom noemt de zanger zijn fado “castiço” [echt, typisch en geworteld] én “mestiço” [gemengd]: zijn identiteit komt uit veel verschillende richtingen. Het lied zegt eigenlijk heel beslist: wie mij ziet, ziet niet alleen mijn ouders. Wie goed kijkt, ziet een lange familiegeschiedenis, en ook mijzelf als iemand die al die invloeden draagt.