Morgenglanz betekent 'ochtendglans' of 'ochtendgloed'. Het is een prachtig, poëtisch woord dat de schittering en frisheid van de vroege ochtend beschrijft.
In de context van het lied, dat de natuur en de aarde (Gäa) viert, roept dit woord direct een beeld op van een ongerepte, ontwakende wereld. Het is een minder alledaags woord dat de lyrische en natuurgerichte sfeer van het nummer perfect vangt.
In “Gäa” van de Duitse artieste Oonagh krijgt de aarde een levende stem en een moederlijke aanwezigheid. De tekst begint bij kleine natuurbeelden: “Morgenglanz, von Tau bedeckt” [ochtendglans, bedekt met dauw] en daglicht dat “in den Blättern versteckt” [verborgen in de bladeren] zit. Gäa leeft volgens het lied “in uns, in Fels und Wald” [in ons, in rots en bos]. Ze bewaart de wereld en geeft de aarde haar vorm. De herhaalde naam “Gäa” verwijst hier naar de aarde als een kracht die overal aanwezig is, niet alleen naar grond onder je voeten.
Het lied maakt die band heel persoonlijk: “Du bist in uns, wir sind in dir” [jij bent in ons, wij zijn in jou]. De aarde “webt die Welt” [weeft de wereld] en geeft kracht wanneer je naar de wind en de nacht luistert. Wie zich opent, wordt door haar opgenomen; haar adem draagt de ziel omhoog. Later wordt haar hartslag verbonden met het leven: “Das Leben folgt ihrem ewigen Puls” [het leven volgt haar eeuwige hartslag]. De terugkerende regels in een andere, fantasieachtige taal geven het refrein een bezwerend karakter. Samen met beelden van vuur, water, aarde en de stem van vele stemmen voelt het lied als een lofzang op de natuur en op onze verbondenheid ermee.