Pohjola is een Finse term die letterlijk 'het Noorden' betekent, maar het heeft een diepere culturele betekenis. Het verwijst naar het mythische, koude en vaak ruige noordelijke land uit de Finse folklore en de Kalevala.
In de context van dit lied symboliseert Pohjola Finland zelf, met al zijn uitdagingen en unieke kenmerken, zoals de lange winters en de veerkracht van de Finnen. Het is een krachtig woord dat de identiteit en de trots van het Finse volk omvat.
Olli Halonens ‘Pohjola’ is een grappig en liefdevol portret van Finland, verteld door iemand die tegelijk klaagt over het land en er geen afscheid van kan nemen. Het begint met hard werken in een noordelijk, vlak gebied: “Aluks oli suo, kuokka Jussi” [Eerst was er een moeras en Jussi met zijn schop]. Daarna volgen kou, vorst en een zomer waarop je in de regen en natte sneeuw toch juhannus, het Finse midzomerfeest, viert. De Finnen worden “katajainen kansa” [een volk zo taai als een jeneverbesstruik] genoemd: koppig, sterk en niet snel bereid hun huis te verlaten. Zelfs wie droomt van een verhuizing naar Spanje, keert na een vakantie in het zuiden weer naar huis terug. De zin “Et antaa tulla vaan” [laat maar komen] klinkt als een uitdagend motto, terwijl de grap over de Toyota Corolla zegt dat zelfs de vrieskou niet tegen een gewone, onverwoestbare auto op kan.
De humor wordt steeds droger: je gaat pas naar de dokter als je bloed plast, koffie en zwarte humor horen bij het dagelijks leven, en zelfs liedjes gaan vaak over de dood. Toch staan de mensen samen op het marktplein zodra Finland ergens wordt genoemd. “Välil kaadutaan, mut aina noustaan uudestaan” [soms vallen we, maar we staan altijd weer op] vat die koppige houding goed samen. De zomer wordt vervloekt, de donkere winter ook, maar sauna, sisu, Popeda en het werk blijven bij Finland horen. Sisu betekent hier de bekende Finse vastberadenheid; Popeda is een Finse rockband die in dezelfde adem wordt genoemd. Daarom is geboren worden in Pohjola, letterlijk het Noorden, tegelijk een zegen en een vloek: je moppert, vloekt en drinkt misschien te veel, maar je doet je werk en zweert trouw aan het land.