Ajoelho komt van het werkwoord ajoelhar, wat 'knielen' betekent. Het is een interessant woord omdat het een specifieke en respectvolle fysieke actie beschrijft die vaak geassocieerd wordt met gebed of dankbaarheid.
In de context van het lied gebruikt Gabriel Brito het om zijn spijt uit te drukken dat hij God al een tijdje niet heeft bedankt of aanbeden: "Faz um tempo que eu não me ajoelho" (Het is al een tijdje geleden dat ik knielde). Dit woord geeft diepte aan zijn reflectie en zijn verlangen om weer dankbaar te zijn.
In “Eu Quero Ser Grato” van de Braziliaanse artiest Gabriel Brito, met Kaique e Felipe, spreekt de zanger God rechtstreeks aan. Hij begint met een eerlijke verontschuldiging: “Desculpa Deus” [Sorry, God]. Hij heeft om veel gevraagd en zegt dat hij zelfs meer heeft ontvangen dan hij verdient. Toch is hij al een tijd niet meer geknield en heeft hij God niet bedankt. De uitleg “eu ’tô sem tempo” [ik heb geen tijd] is spreektaal voor estou sem tempo, maar in het lied klinkt die smoes juist een beetje doorzichtig. God kent immers alles wat er in hem omgaat, terwijl de zanger zelf steeds verandert en God volgens hem hetzelfde blijft.
Het refrein is een eenvoudig voornemen: “Eu quero ser grato” [Ik wil dankbaar zijn]. Hij wil God zijn tijd geven, Hem op de eerste plaats zetten en al zijn dagen aan Hem toewijden. De sterkste beelden komen daarna: “Estou em pedaços, quero me consertar” [Ik ben in stukken, ik wil mezelf herstellen] en “A minha alma quer Te abraçar” [Mijn ziel wil U omhelzen]. De zanger zegt dus niet dat alles al goed is. Hij voelt zich gebroken, wil opnieuw beginnen en verlangt naar een nabijheid die hij uitdrukt alsof zijn ziel God kan omhelzen. Juist die directe woorden maken het lied zo menselijk: eerst komt de schuld over de verloren tijd, daarna de wens om tijd, dankbaarheid en aandacht terug te geven.