Solfège is een muzikale term die verwijst naar het systeem van noten lezen en zingen, waarbij elke noot een lettergreep krijgt (do, re, mi, fa, sol, la, si).
In de context van het lied gebruikt Edith Piaf het metaforisch: "J'en ai tout un solfège sur cet air qui bat" (Ik heb er een hele solfège van op deze melodie die klopt). Ze bedoelt dat haar herinneringen en verdriet zo talrijk en geordend zijn als een muzikale compositie, allemaal verbonden met de obsessieve melodie die haar achtervolgt. Het is een unieke en poëtische manier om de diepte van haar emoties uit te drukken.
Heb je ooit een melodie in je hoofd gehad die maar niet weggaat? Édith Piaf tilt die ervaring naar een heel ander niveau in Padam, Padam. Het deuntje achtervolgt haar letterlijk dag en nacht. Ze zingt wanhopig dat het liedje haar ooit nog eens gek zal maken: « Un jour cet air me rendra folle » (Op een dag maakt dit wijsje me gek). Het praat voor zijn beurt en overstemt haar eigen stem. Dat ritmische « Padam, padam, padam » klinkt als stappen die achter haar aan rennen op straat, of als een tikkende hartslag van hout (« un coeur de bois »).
Het gemene aan dit deuntje is dat het al haar oude romances genadeloos oprakelt. Het wijst haar letterlijk aan: « C'est un air qui me montre du doigt » (Het is een melodie die met de vinger naar me wijst). Piaf spot tegelijkertijd een beetje met die oude vlammen. Ze heeft het over goedkope beloftes, zoals « Des 'je t'aime' de quatorze juillet » ('ik hou van jou's' van quatorze juillet, de Franse nationale feestdag waarop op straat wordt gedanst) en eeuwige trouw die je met korting koopt (« au rabais »). Het nummer laat horen hoe één simpel straatdeuntje je hele verleden voorbij kan laten trekken, of je daar nu zin in hebt of niet.