Solfège is een muzikale term die verwijst naar het systeem van noten lezen en zingen, waarbij elke noot een lettergreep krijgt (do, re, mi, fa, sol, la, si).
In de context van het lied gebruikt Edith Piaf het metaforisch: "J'en ai tout un solfège sur cet air qui bat" (Ik heb er een hele solfège van op deze melodie die klopt). Ze bedoelt dat haar herinneringen en verdriet zo talrijk en geordend zijn als een muzikale compositie, allemaal verbonden met de obsessieve melodie die haar achtervolgt. Het is een unieke en poëtische manier om de diepte van haar emoties uit te drukken.
In "Padam, Padam" van de Franse zangeres Edith Piaf, voel je meteen de obsessie van een melodie die de zangeres dag en nacht achtervolgt. Ze zingt: "Cet air qui m'obsède jour et nuit" [Deze melodie die me dag en nacht obsedeert]. Het is geen nieuw deuntje; het komt van ver, "traîné par cent mille musiciens" [voortgesleept door honderdduizend muzikanten]. Het is zo'n hardnekkig deuntje dat het haar de woorden uit de mond neemt, "Il parle toujours avant moi" [Het praat altijd voor mij], en haar eigen stem overstemt.
Het liedje "Padam, padam, padam" komt steeds weer terug, als een herinnering aan haar verleden. Het is een melodie die haar "le coup du souviens-toi" [de 'herinner je'-truc] flikt en haar herinnert aan al haar liefdes. Ze herbeleeft haar twintiger jaren en de "comédie des amours" [komedie van de liefdes], met alle "je t'aime de quatorze juillet" [ik hou van jou's van veertien juli] en de afgeprijsde "toujours" [altijden]. Het is alsof haar hele verleden voorbijkomt, en ze moet nog verdriet bewaren voor later, want dit deuntje klopt "comme un coeur de bois" [als een houten hart].