Galop betekent letterlijk 'galop' in het Nederlands. Het is een krachtig en dynamisch woord dat de essentie van de song perfect weergeeft.
In de context van het lied symboliseert het de onophoudelijke race tegen de tijd en het leven zelf. De zanger beschrijft hoe hij constant rent, valt en weer opstaat, altijd voortgedreven door de 'galop' van de tijd die hem op de hielen zit.
In “Galop” van de Poolse artiest Zakopower wordt het leven voorgesteld als een eindeloze rit. De ik-persoon zegt: “Biegnę, padam, wstaję” [Ik ren, ik val, ik sta op]. Steeds opnieuw gaat hij verder, zonder pauze en zonder echte ontsnapping. Nog vóór de eerste haan kraait, zit die haan al op zijn nek en jaagt hij hem vooruit met zijn gekrijs. Ook wanneer hij probeert te vertragen, voelt hij de sporen in zijn zij. Dat beeld is tegelijk grappig en meedogenloos: alsof de tijd een ruiter is die geen vrije dag neemt.
Het geheim wordt aan het einde uitgesproken: “Mój przyjaciel czas” [Mijn vriend, de tijd]. Tijd wordt hier een vreemde vriend die altijd boven op zijn hoofd zit, elke beweging kent en hem overal volgt. Zelfs als hij naar het einde van de wereld vlucht, de bodem bereikt of de sterren aanraakt, blijft de tijd bij hem. De herhaling van “galop” [galop] maakt het tempo bijna lichamelijk: vallen, opstaan en weer doorgaan. Let ook op “bez końca” [zonder einde] en “gnam” [ik storm voort]. Samen laten die woorden horen dat de rit maar blijft doorgaan.