Тлеет [tleet] betekent ‘smeult’ of ‘gloeit na’: iets brandt zachtjes door zonder grote vlammen. In het lied wordt het hart poëtisch vergeleken met een lucifer die na de pijn nog blijft smeulen, wat het verdriet extra levendig maakt.
„Сердечко” betekent „Hartje”, en dat hartje ligt er in dit lied niet bepaald vrolijk bij: het is eenzaam en in stukken gebroken. De ik-persoon zegt: „Одинокое, расколотое сердечко” [een eenzaam, gebroken hartje]. Liefde druppelt op haar ziel „словно свечка” [als een kaars]. Dat beeld is mooi en pijnlijk tegelijk: alsof kaarsvet langzaam naar beneden loopt en alles bedekt. Achter bedrog heeft ze liefde verstopt, maar toch heeft ze haar hart opnieuw gebroken. Het gewonde hart „горит и тлеет как спичка” [brandt en smeult als een lucifer], een korte, scherpe vergelijking voor pijn die blijft nagloeien.
In het tweede couplet wordt het nog persoonlijker. Ze weet dat het leven soms zo werkt: de één houdt van, terwijl de ander zich alleen laat liefhebben. Wanneer iemand in haar „чуть живые глаза” [bijna levende ogen] kijkt, ziet die persoon een ziel die „в воске тонула” [in was verdronk]. Dat is een stevige, bijna overdreven kaarsmetafoor, maar juist daardoor blijft het hangen. De herhaalde regels klinken als een refrein waar ze niet uitkomt: hetzelfde hartje, dezelfde liefde, dezelfde pijn.