Babita is het verkleinwoord van baba, wat 'kwijl' of 'speeksel' betekent. Het is een ongewoon en speels woord om in een liedje tegen te komen, wat het extra memorabel maakt.
In de context van het liedje, wanneer de zanger zegt "Se me sale la babita" (Mijn kwijl loopt me uit de mond), drukt hij op een humoristische en charmante manier uit hoe overweldigend zijn genegenheid is. Het is een levendige manier om te zeggen dat hij zo verliefd is dat hij er geen controle over heeft.
In “Chan Chan” van de Cubaanse groep Buena Vista Social Club volgt de verteller een route door Oost-Cuba: “De Alto Cedro, voy para Marcané” [Van Alto Cedro ga ik naar Marcané] en daarna “Llego a Cueto, voy para Mayarí” [Ik kom aan in Cueto en ga naar Mayarí]. Die plaatsnamen keren steeds terug, alsof de reis maar doorgaat. Tussendoor wordt het ineens heel persoonlijk: “El cariño que te tengo / No te lo puedo negar” [De genegenheid die ik voor je voel, kan ik niet ontkennen]. De uitdrukking “se me sale la babita” betekent letterlijk “mijn kwijl loopt eruit”. Het is een grappige, lichamelijke manier om te zeggen dat iemand zó dol is, dat hij het niet kan verbergen.
Daarna verschijnt een klein tafereel met Juanica en Chan Chan, die zand zeven aan zee: “Cuando Juanica y Chan Chan / En el mar cernían arena” [Toen Juanica en Chan Chan bij de zee zand zeefden]. Terwijl Chan Chan het in de tekst genoemde werktuig schudt, krijgt hij er “pena” van, een woord dat verdriet, schaamte of ongemak kan betekenen. Vervolgens vraagt de verteller om het stro van het pad te vegen, zodat hij kan zitten op een boomstam die hij ziet. Het is een vreemde, charmante scène: een lange reis, een verliefde bekentenis en een heel praktisch probleem met een vies pad, allemaal in hetzelfde lied.
Buena Vista Social Club is een muzikaal collectief uit Cuba dat in de jaren negentig wereldwijd bekendheid verwierf. Het bracht een groep oudere, getalenteerde Cubaanse musici samen die eerder minder in de schijnwerpers stonden.
Ze zijn vooral bekend van hun gelijknamige album uit 1997, dat traditionele Cubaanse stijlen zoals son en bolero viert. De bijbehorende documentairefilm van Wim Wenders heeft ook bijgedragen aan hun populariteit, door artiesten als Compay Segundo, Ibrahim Ferrer, Rubén González en Omara Portuondo aan een breed publiek te introduceren.